Logo.BlauweVilla.Blue
Nachtvilla.1

De Blauwe Villa bij nacht onder een deken van sneeuw.

BVSnorJonkvrouwen

De besnorde jager met zijn jonkvrouwen sieren de toren.

BV.1902

De Blauwe Villa werd gebouwd in 1902 door de familie Rost, één van de textielindustriëlen die Schüttorf tot bloek gebracht hebben.

sneeuwengel.overzicht

De zege-engel op de zandstenen obelisk in het parkje naast de Blauwe Villa.

Spinnerij-winkelcentrum

De voormalige spinnerij in Schüttorf werd omgebouwd tot een multifunctioneel dienstencentrum.

Historisch Erfgoed

Textielfabrikant Rost liet in 1902 de villa bouwen als jachtvilla. Een statig buitengoed gelegen temidden van de wildrijke bossen tussen Schüttorf en Bad Bentheim. Hij liet zijn dochter de jachtkamer ontwerpen: een indrukwekkende klassieke kamer vol sculpuren in eikenhout en teksten in houtsnijwerk. Hier ontving de textielbaron zijn hoge gasten. De jagers en drijvers kwamen meestal niet verder dan de serre. Hier werd na de jacht een borrel gedronken, nadat de jagers hun buit te besterven hadden gehangen in de ruimte onder de serre, of Wintergarten zoals de Duitsers het noemen. De serre werd bereikt na beklimming van een statige trap welke via de serre leidt tot een fraaie entree en in marmer gelegde ruime hal.

Gedurende vele decennia stond de Blauwe Villa bekend als de Villa Rost, maar sinds 1997 spreekt iedereen in Schüttorf en omgeving over de Blauwe Villa. Dit is te danken aan de toenmalige eigenaren, de familie Seeling. Ze kochten de villa en de 3500 vierkante meter grond midden jaren negentig en brachten vele wijzigingen aan. Het monument werd onder begeleiding van ‘Denkmahlschutz’ gerenoveerd. Bovendien verdween de okergele tint en kwamen er vier tinten blauw voor in de plaats. Tevens werd 1000 vierkante meter afgesplitst voor de bouw van een moderne (gele!) villa.

De grote, twintig vertrekken tellende villa, is voorzien van een torentje en fraaie ornamenten. Aan de buitenkant trekt vooral het sierlijke vakwerk de aandacht evenals de sucdecoraties. Vanaf het torentje, waarvan de overkapping bij de renovatie weer herplaatst is, kijken vier jonkvrouwen en een royaal besnorde jager neer op het park. De tuin wordt begrensd door indrukwekkend hoge eikenbomen die nog stammen uit de tijd van Napoleon.
Naast de jonkvrouwen, de man met de snor en de vele ornamenten in de vorm van bladeren, vallen de gebeeldhouwde vossekoppen en pilaren rondom de serre op.

Dankzij het formaat was de villa geschikt voor bewoning door meerdere gezinnen. Dat was jarenlang ook het geval. Een stalen buitentrap aan de achterzijde van het pand bracht de bewoners van het bovenste appartement en de daaronder gelegen woning op hun plek. De hoofdbewoners bewoonden de onderste twee verdiepingen. De huidige eigenaren hebben een andere keuze gemaakt en daar kunnen veel gasten van genieten: zij maakten het pand geschikt voor gebruik als Bed & Breakfast en voor gebruik als vergaderlocatie.

De aanpassingen die in de loop der jaren gemaakt zijn, zijn in goede harmonie met monumentenzorg gedaan. De Jugendstil-villa is een rijksmonument en de eigenaren willen dit stukje erfgoed op een goede en verantwoorde manier beheren. Dat staat aanpassingen aan de huidige tijd overigens niet in de weg. De woning is inmiddels van alle gemakken voorzien: het telt onder meer vijf badkamers en een moderne luxe keuken.

Textielindustrie in Schüttorf

Zoals de industrialisering in de 19e eeuw in het Britse Manchester verliep, voltrok het zich in het klein in Schüttorf. In het Duitse stadje aan de Vecht begon in 1866 de nieuwe tijd met een katoenweverij van de firma Schlikker & Söhne. Spoedig volgde een spinnerij met 35000 spindels.
Bij de firma Schümer ontstond een ververij en ook overal elders schoten fabrieken uit de grond, waaronder die van textielbaron Rost, de eerste eigenaar van de Blauwe Villa. Zo werd Schüttorf van een stadje van handwerklieden en kooplui, een centrum van de textielindustrie. Van 1890 tot 1900 verdubbelde het aantal inwoners. Deze stormachtige ontwikkeling is vandaag de dag nog in het stadsbeeld terug te vinden. Hoewel de textielindustrie in 1990 met de sluiting van de firma Schlikker & Söhne ter ziele ging, verlenen de uit overwegend rode baksteen opgetrokken fabrieksgebouwen de stad een indrukwekkend beeld. Zoals de vier verdiepingen tellende spinnerij van Schlikker & Söhne waarvan de architectuur aan een kasteel doet denken. Dit gebouw is omgebouwd tot een multifunctioneel dienstencentrum met ondermeer winkels, medisch specialisten en een sportschool. De enige twee bedrijven die vandaag de dag nog textiel produceren zijn Schümer en Rofa. Beiden zijn ze gespecialiseerd in hoogwaardige beschermings- en werkkleding. Lekker winkelen kan men in het Vechtezentrum, dat op het voormalige fabrieksterrein is gesitueerd.

Wapen.Denkmal